19 november 2022

Spaghetti

(Luister hier naar mijn blog)



Vrouwen kunnen alles tegelijk. Zeggen ze. Maar is dat wel zo handig?

Gisteren werd ik uitgedaagd om op een creatieve manier na te denken over een werkgerelateerd probleem. Ik was er al snel over uit welk probleem dat was: Hoe hou ik werk- en privézaken uit elkaar? Ik ben vaak met van alles tegelijk bezig en laat me tijdens het werken afleiden door allerlei dingen die om aandacht vragen. Dat is natuurlijk ook wel logisch als je bureau de eetkamertafel is. 

Ik mocht een metafoor bedenken om mijn probleem te verduidelijken. Direct zag ik een groot bord spaghetti bolognese voor me. Alles houdt met elkaar verband en iedere gedachte roept een andere op, net zoals één sliert spaghetti verstrikt zit in een heleboel andere slierten. Je kunt er niet één uittrekken zonder dat je er een enorme kliederboel van maakt. Jakkie. 


Het doel van deze uitdaging was om je probleem eens van een afstandje te bekijken en zo tot een creatieve oplossing te komen. Nou heb ik zelf niet echt moeite met spaghetti eten, maar mijn dochter van negen vindt het nog best lastig om dat netjes te doen. (Alhoewel, zíj ziet het niet als een probleem als de tomatensaus haar om de oren vliegt...) 
Een probleem oplossen is opeens veel makkelijker als het niet om je eigen probleem gaat! 

Voor kleine kinderen hebben ze er al iets op bedacht: Het vakjesbord. Overzichtelijk en geen geklieder. Nu nog bedenken hoe ik mijn dag in vakjes kan opdelen. Of zal ik maar een kliederschort gaan dragen?

Samengevat in haikuvorm:

Spaghetti met prut

of een driegangenmenu

uit een vakjesbord.










31 oktober 2022

Doe je wel genoeg?

(Luister hier naar mijn blog)


Wat een heerlijk ochtendje. In mijn pyjama zeg ik man en kinderen gedag en kijk om me heen in mijn stille huis. Geen stemmen aan mijn hoofd, geen dingen die moeten, niemand die kritiek heeft of iets van me wil. Alleen ik. En dan, als een vervelende huisvlieg, komt die vraag in me op: Doe je wel genoeg?

Ik heb al vaker met die vraag afgerekend, tenminste, dat dacht ik. Maar het is net als met zo'n vlieg: Soms weet je zeker dat je hem geraakt hebt en is hij nergens meer te bekennen, maar even later zoemt 'ie toch weer om je hoofd. Of is het een andere? 

Klap één: Mijn mentale lijstje. Stofzuigen, check. Sporten, check, maar... dat is voor mezelf, dat telt niet. De was doen, check. Administratie, check. Nou, ik heb wel genoeg gedaan.

Klap twee: Dit is mijn vrije tijd. Ik moet mijn rust pakken nu het kan. Straks als de kinderen thuiskomen, begint mijn werkdag. 

Klap drie: Denken is ook iets doen, toch? Als ik geen tijd heb om te denken, loopt alles in de soep en ben ik niks waard. 

Fatale klap: Het gaat niet om wat ik doe, maar om wie ik ben. 

Hé, nog een vlieg! Lekker makkelijk. Ben je meer dan een ander, dat jij niet hoeft te werken en te presteren?

Herkenbaar? 

Ik moet denken aan ons bezoek van afgelopen week aan een sprookjeskasteel in de Ardennen. In één van de slaapkamers lag Doornroosje te slapen in een prachtige jurk. Niets kon haar wekken uit haar honderdjarige slaap. Alle moeilijke dingen gingen aan haar voorbij, terwijl ze daar eindeloos kon uitrusten. 

Eindeloze rust. De Bijbel spreekt daar ook over. Jezus zegt: Kom bij mij als je vermoeid en belast bent en Ik zal je rust geven, want mijn juk is zacht en mijn last is licht. 

Hij is gekomen om ons rust te geven van ons eigen harde werken. Het is niet zijn bedoeling dat ik mijn waarde bewijs door hard mijn best te doen. Sterker nog, als het zo moest gaan dan zou ik daar nooit in slagen, want wie bepaalt wat genoeg is en wie kan er ooit genoeg doen? 

Mijn startpunt moet niet zijn: Doe ik wel genoeg? Maar: Ben ik wel goed genoeg? Het antwoord op die vraag weet God alleen en Hij zegt: Ja! Jij bent door Mij geliefd en gewild en al je fouten en tekortkomingen heb Ik weggedaan. Jij bent goed genoeg! Dat geeft rust. Vanuit die rust mag ik dingen gaan doen. Niet omdat het moet, maar omdat ik het wil. 

Klap!




21 oktober 2022

Dagboek van een grote teen

(Luister hier naar mijn blog)



Ik heb overwogen om deze post de titel 'Dagboek van een engel' te geven, maar dat zou niet helemaal kloppen, want een engel ben ik niet. Ik vind het wel heerlijk om door God aangestuurd te worden: Hij het hoofd en ik een stukje van Zijn lichaam op aarde. Bijvoorbeeld gisteravond, toen ik
 met mijn dochter naar het centrum fietste. 

Het valt me op dat er zoveel fietsers rijden en behoorlijk hard ook. Vóór ons loopt een vrouw, gebogen over haar rollator. Ze slingert op het fietspad, zonder licht. Daar maak ik me zorgen over en ik spreek haar aan. Ik merk dat ze hijgt. 
'Gaat het?'
'Ja hoor.' Ze vertelt waar ze naar op weg is. 'Dat is niet ver meer, toch?'
Ik voel met haar mee. Ze gaat helemaal de verkeerde kant op en het is nog een heel eind lopen. De manier waarop ze praat, doet me aan mevrouw Halve Manen denken. Er zit gewoon geen structuur in. 
'Gaat u even op uw rollator zitten.' Ik dirigeer haar naar de kant van het fietspad en laat haar op adem komen. 
'U zit zeker in de zorg?' vraagt ze. 'Daar bent u echt het type voor.'
'Nee hoor, ik hou gewoon van mensen.' 
Ik besluit met haar mee te lopen. We moeten een paar keer stoppen, zodat ze even kan zitten. Zodra ze zit, begint ze te vertellen over haar leven. Uit alle stukjes van haar verhaal leid ik af dat ze een hersenbloeding heeft gehad en op de wachtlijst staat voor een andere woning. Haar man is onlangs overleden. Af en toe praat ze alsof hij nog leeft.
'We kennen elkaar al sinds we vijftien waren. Hij speelde op zo'n traporgel en mijn zus en ik zongen er dan bij.' Haar ogen stralen als ze het vertelt. 'We moesten het orgel wegdoen, ja, wat moet ik met zo'n groot ding? Maar ik moest wel huilen hoor, toen ze hem weghaalden.'
'We hebben in Rotterdam gewoond. Een mooie tijd was dat. We konden geen kinderen krijgen en daarom hebben we drie kinderen geadopteerd.' Op het moment dat ze besloten een derde kind te adopteren, bleek dat ze toch zwanger was geworden. Ze vertelt over haar kinderen en kleinkinderen en er komt zelfs een vakantieverhaal voorbij. 'Ik mis mijn man ontzettend, maar ik weet dat hij nu bij zijn Hemelse Vader is.'
Als we eindelijk bij haar appartementencomplex aankomen, zie ik dat ze haar woning herkent. Gelukkig. 
'De tv staat aan. Nou, dan is mijn dochter er zeker. Ze zal wel ongerust zijn.'
Dan realiseer ik me dat ze geen tas bij zich heeft. Ze draagt alleen een dik vest en sokken in haar sandalen. 'Heeft u geen tas bij u?' Even ben ik bang dat ze misschien heel ergens anders woont en dat ik de politie zal moeten bellen.
'Nee, kijk,' ze opent het vakje van haar rollator, waar wat spulletjes in liggen. Daarna vist ze haar sleutels uit haar vestzak en tot mijn opluchting passen die op het slot van de deur. 
'Ik loop nog even met u mee naar binnen hoor.'
In het appartement slaat de hitte ons in het gezicht. De tv staat aan en iemand op het scherm zegt 'Hallo'. 
'O, mijn dochter is er. Zie je? Waar is ze?' vraagt de vrouw. 
Ik loop verder het appartement in en zie dat de balkondeur openstaat. Er is niemand op het balkon en ik doe de deur dicht. De thermostaat staat op de maximale temperatuur en ik draai hem weer terug. De vrouw moet toch nog even checken of haar dochter niet op het balkon staat, maar er is niemand.
'Bel uw dochter maar even.' Pas als dat gedaan is en ik de dochter ook even heb kunnen spreken, ben ik gerust om haar achter te laten. Bij de deur bid ik voor haar. 

Onderweg naar huis praat ik met mijn dochter over ons avontuur. We hadden hele andere plannen, maar God wilde ons juist op dat moment en op die plek gebruiken. Ik ben zo blij dat zij het heeft meegemaakt. En wat een liefdevolle Vader hebben we toch... 



12 september 2022

Je bent een engel

(Luister hier naar mijn blog)



Door het raam van de voordeur zie ik al dat ze een bos bloemen vasthoudt. 'Deze zijn voor jou, dat was een opdracht.' Er zit een kaartje tussen de bloemen. Paulien, je bent een engel. Dankjewel.

Als ik eerder die dag naar huis fiets, komt er een man in mijn richting fietsen. Hij lijkt niet helemaal in orde te zijn. Ik zie dat hij een beetje slingert en probeert te stoppen, maar dan valt hij. Vlug zet ik mijn fiets langs de kant van de weg. Ik til de elektrische fiets van hem af en help hem overeind. 
'Gaat het? Hebt u pijn?' 
'Ik weet niet wat er gebeurde...' stamelt hij. 'Ja, mijn hoofd doet wel pijn.'
Dan zie ik dat hij bloedt bij zijn slaap. 'Kom maar even mee, ik woon hier vlakbij.'
Ik parkeer zijn fiets in de berm en geef hem een arm. 
Voorzichtig lopen we naar onze tuin. De gedachten schieten kris kras door mijn hoofd. Mijn fiets staat daar onbewaakt, met mijn handtas in de fietstas. Wat moet ik doen met die wond? Heb ik ontsmettingsmiddel? Zal ik bij de buurvrouw aanbellen? Die weet misschien beter wat ze hiermee aan moet. Ik moet hem laten zitten en een glas water geven. Is het niet te ver lopen naar ons huis? Mijn huissleutel zit in mijn tas. O, maar de achterdeur is niet op slot.
Ik geef de man een stoel, een glas water en een rol keukenpapier. Dan haal ik de scheerspiegel zodat hij de wond zelf kan bekijken. 
'Is het wel goed dat ik hier zit? Moet je niet weg?' vraagt hij. 
'Nee hoor, geen probleem, ik heb alle tijd,' zeg ik. 'Bent u nog duizelig?'
'Een beetje licht in m'n hoofd.'
Hij vertelt dat hij de vorige dag een onderzoek heeft gehad, waarbij hij een roesje had gekregen. Waarschijnlijk is hij daardoor duizelig geworden. Hij is helemaal van slag.
Ik haal vlug mijn fiets en daarna ook die van hem. Ondertussen belt hij zijn vrouw. 

Terwijl we daar zitten te wachten tot zijn vrouw arriveert, zie ik dat hij langzaam bekomt van de schrik. Even later vertelt hij over zijn leven en mag ik een kopje koffie voor hem zetten. 
Zijn vrouw komt hem halen met de auto. Beiden zijn ontzettend dankbaar. 'Je bent mijn engel in nood!' 

Als ze zijn vertrokken, geniet ik nog na. Dat klinkt misschien gek, maar het is zo fijn om iemand te helpen. Het was niet ingewikkeld, ik deed gewoon wat er in mijn hart opkwam. Gewoon beschikbaar zijn toen God me ergens voor nodig had. Was ik toch een soort engel.




03 september 2022

Milkshake multitasking

(Luister hier naar mijn blog)

Eten koken en tegelijkertijd de afwasmachine inruimen. Een gesprek voeren en ondertussen je appjes lezen. Koffie drinken, shoppen bij Wehkamp én even checken wat voor weer het morgen wordt. O, en ook even kijken of er al een reactie is op je Marktplaatsbod. 

Ik trap er steeds weer in, met als gevolg dat mijn aardappels aanbranden of dat m'n kinderen naar boven verdwijnen, omdat ik toch niet naar hen luister. Ik kan het gewoon niet. En toch probeer ik het iedere keer weer, want het lijkt zo efficiënt. Ze zeggen altijd dat vrouwen alles tegelijk kunnen. Multitasken. Dat moet ook wel, want de tijd is kort, de activiteiten en verwachtingen veel. En ik moet eerlijk toegeven, als het lukt, is het leuk!

Ik moest hier in de vakantie aan denken. Er moest zoveel gepland en georganiseerd worden en ik deed het allemaal. Dat werd gewaardeerd en ik begon me bijna in te beelden dat ik Superwoman was. Op een bepaald moment had ik zelfs het gevoel dat ik vloog...  Nou ja, zo mooi was het niet. Ik had het gevoel dat ik niet meer met mijn beide benen op de grond stond, dat ik alleen maar buiten mezelf leefde en niet meer in mezelf. Herken je dat? Ik had een enorme behoefte aan rust en alleen zijn, zonder taken of verplichtingen. 

Caroline Leaf spreekt in haar boek Gebruik je hersenen over milkshake multitasking, waarmee ze doelt op de chaos en de mix aan chemische stofjes in je hersenen die ontstaat als je je aandacht op meerdere dingen tegelijk probeert te richten. 

Wanneer je de tijd neemt om je aandacht op één specifieke activiteit te richten, krijg je een betere controle over je gedachtepatronen, waardoor je je taken beter kunt uitvoeren. Voor je mentale gezondheid is het belangrijk dat er een balans is tussen het deel van je hersenen dat zich richt op aandacht en reflectie en het deel dat jou stuurt in het nemen van beslissingen en het ondernemen van acties. Reflecteer je te veel of te negatief, zonder daar acties aan te koppelen, dan ga je piekeren en ontstaat er depressie of angst. Reflecteer je te weinig en ben je druk bezig met van alles en nog wat, dan ben je minder in staat om te focussen, om taken af te ronden en goede prestaties te leveren. 

Toevallig kwam ik op de bibliotheekapp een luisterboek tegen dat hierover gaat. Monotasking door Thatcher Wine. Heel interessant en lekker bevestigend voor mijn karaktertype (de introverte denker), maar zeker ook een mooi zelfhulpboek voor degenen die het moeilijk  vinden om één ding tegelijk te doen. Kunnen ze mooi naar luisteren als ze in de auto zitten, de was ophangen, de hond uitlaten, koken, de schuur opruimen...


      


27 augustus 2022

Toverrijst


(luister hier naar mijn blog)

Over het algemeen genomen zijn mijn kook- en bakkunsten niet zo fantastisch. Zo heb ik van de week pompoenpuddingbrood gebakken, wat eigenlijk pompoenbrood had moeten zijn. Toch stond ik gisteren achter het fornuis van een lief oud dametje, bij ons bekend als 'mevrouw Halve Manen'. 

Als ik aanbel, doet de buurvrouw open. Die is net gearriveerd met de boodschappen en laat aan de oude vrouw zien wat ze allemaal gekocht heeft. Ik moet diep bukken om mevrouw Halve Manen een knuffel te geven. Het is alsof ik een hoopje botten vasthoud. De bobbel op haar rug lijkt weer te zijn gegroeid en zijzelf nog verder gekrompen. Op mijn vraag: 'Hoe gaat het met u?' antwoordt ze direct: 'Niet goed, niet goed.' Ze vertelt over haar falende geheugen en laat me zien hoe mager haar armen zijn en hoe de ader in haar hals zichtbaar pulseert. Als de buurvrouw haar vragen stelt over het opruimen van de boodschappen, zijn haar antwoorden een warrig verhaal dat eindigt bij mevrouw die en die, waarvan ze de naam niet meer weet en waar ook wat mee was, maar wát, dat weet ze niet meer. 
De buurvrouw stelt voor dat ik vast wat nasi voor mevrouw klaarmaak, zodat ze morgen niet hoeft te koken. Dan vertrekt ze. Mevrouw zit uitgeput in haar stoel, haar koffie onaangeroerd. Toch kan ze niet stoppen met praten. Ze vertelt over de strijk die ze niet meer kan doen en over de kuur die ze van de dokter heeft gekregen omdat de vorige niet aansloeg. 'Soms lig ik in bed en dan denk ik dat ik sterf, dat mijn ogen op een ochtend dicht blijven. Maar ik ben er nog steeds.' De volgende opmerking is hartverscheurend. 'Vroeger lachte ik veel, maar nu lach ik nog maar zelden.' Het komt allemaal door 'dat ene' wat ze heeft, met haar hersenen. Ze kan ook niet meer bidden, het gevoel is weg en ze is steeds de draad kwijt. Als ze daarover praat, krijgt ze tranen in haar ogen. 
'Gaat u nu maar liggen, dan zal ik wat nasi klaarmaken,' zeg ik. 'Waar bewaart u de rijst?' Het onmiddellijke antwoord is: 'Ik heb geen rijst,' maar ik weet dat de buurvrouw net een nieuw pak heeft gekocht, dus ik zoek het zelf even op. Mevrouw Halve Manen gaat ondertussen op de bank liggen. Ze murmelt nog wat, (ik weet niet wat je doet, maar het ruikt heerlijk) en even later zie ik dat ze vertrokken is. 
In no time maak ik een pan nasi klaar. Ik moet opschieten, want er wordt thuis op me gewacht. Als ik alles afgewassen en opgeborgen heb, maak ik mevrouw Halve Manen zachtjes wakker. 'Ik moet nu gaan. Er staat een pan nasi voor u op het fornuis, dan hoeft u een paar keer niet te koken.' Overrompeld kijkt ze me aan. 'Heb je nasi gemaakt? Zo snel? Hoe kan dat nou? Ik doe daar drie uur over...' Ik zeg glimlachend: 'Het is toch toverrijst?' 'Ongelooflijk, wat een verrassing. Wat een verrassing dat je bent gekomen en ook nog nasi gemaakt, zo snel...' stamelt ze. 'Dat is Vader God die aan u denkt.' Ik streel haar knokige handen, 'Hij heeft u in mijn gedachten gebracht en daarom ben ik hier. Wij zijn Zijn lichaam op aarde, zo werkt Hij. U bent nog steeds in Zijn hand, echt waar.' Ze kijkt me met vochtige ogen aan. 'Dankjewel. Dat je nasi hebt gemaakt, maar ook voor je woorden.' Zo laat ik haar achter. 

Ik weet niet of ze vandaag nog weet wat er gisteren gebeurd is en ik vraag me af of mijn nasi haar zal smaken, maar wat mij betreft smaakt dit naar meer. Wat is het fijn om met Vader samen te mogen werken!



01 juli 2022

Assepoestersyndroom

(luister hier naar mijn blog)

Sprookjes, wie kent ze niet? Ik ben opgegroeid met sprookjes. Geen Disneyfilms, maar van die rode boeken met bijbehorend cassettebandje. Je kon luisteren en tegelijk meelezen (of naar de plaatjes kijken) en als je de bladzijde moest omslaan, hoorde je 'ping!'

Mijn favoriete verhaal begon met: 'Ella was nog maar een klein meisje toen haar moeder stierf.' In mijn hoofd kan ik nog precies horen hoe het klonk, zo vaak heb ik ernaar geluisterd. Het is natuurlijk het verhaal van Assepoester, waarin Ella, want zo heet ze eigenlijk, gepest wordt door haar gemene stiefmoeder en afschuwelijke stiefzusjes, maar uiteindelijk door de prins wordt uitgekozen om zijn bruid te zijn. De prins is de enige die in de gaten heeft hoe lief en mooi ze is en hij heeft er alles voor over om haar aan zijn zijde te hebben. 

Ik vermoed dat ik niet de enige ben die dit het allermooiste sprookje vindt. Er zijn ontzettend veel films gemaakt die aanhaken bij het thema van Assepoester, een nietsbetekenend meisje vol potentieel dat ontdekt wordt door een aantrekkelijke, gerespecteerde jongen. Een show als Idols past trouwens ook prima in deze categorie. 

Heb je ooit het boek Kees de jongen gelezen? Het gaat over Kees, een gewone jongen. Maar Kees vindt zichzelf heel bijzonder en in zijn beleving doet hij de geweldigste dingen en vindt iedereen hem een held. Ondertussen gebeurt er helemaal niks in het verhaal. Ik herkende mezelf in Kees. Ik wist dat ik een beroemde ballerina, pianist of schrijfster zou kunnen worden, om maar een paar dingen te noemen. Maar ondertussen was ik alleen maar een verlegen meisje dat op haar kamer boeken zat te lezen. En net als Assepoester zat ik te wachten tot mijn prins zou komen om mij te ontdekken en mij op dat podium te zetten, zodat iedereen kon zien hoe geweldig lief en mooi ik was, of hoe ontzettend getalenteerd en slim. Onlangs realiseerde ik me dat ik nog steeds af en toe last had van dat Assepoestersyndroom. Dat was nogal een schok op mijn veertigste. Maar stiekem denk ik dat heel veel mensen hetzelfde hebben als ik. Dat we allemaal wachten op het moment dat iemand ons 'ontdekt', tot er iemand komt die ziet hoe mooi en hoe lief we zijn en die in ons gelooft. 

Meteen na het besef dat het Assepoestersyndroom mij parten speelde, kwam ook de realisatie dat ik deze gedachte heel gauw overboord moest gooien. Het klopt namelijk niet. Ik ben al lang ontdekt. Ik ben eruit gepikt en op het podium gezet. Er is iemand die er alles voor over had om mij voor altijd bij zich te hebben: Jezus. Hij gaf er zelfs Zijn leven voor. Hij vindt mij zo geweldig. Hij ziet precies hoe bijzonder ik ben en Hij weet wat er nog aan potentie in mij verscholen zit, ook al heb ik dat zelf nog niet in de gaten. 

Ik hoef niet te wachten op een prins. Ik mag gewoon dat paleis binnenlopen en beginnen met stralen als een prinses! 



Spaghetti

(Luister hier naar mijn blog) Vrouwen kunnen alles tegelijk. Zeggen ze. Maar is dat wel zo handig? Gisteren werd ik uitgedaagd om op een cre...